Skip to main content

Meron en zijn kookkunsten

By 07-07-2021Blog

Meron (28) heeft een liefde voor koken en na het afronden van zijn horeca-opleiding was hij werkzaam als kok. Door de coronacrisis moest hij noodgedwongen op zoek naar iets anders. Binnenkort begint hij bij zijn nieuwe baan waar hij onder andere een heftruck leert besturen.

Na het behalen van zijn inburgering begon Meron aan de horeca-opleiding van het ROC. Hij studeerde af in 2020 en werkte een jaar lang bij een groot horecabedrijf. ‘’We zaten in een gebouw waar zo’n 500 mensen werkten, van advocaten tot ziekenhuispersoneel. Wij maakten het eten voor hen klaar.’’ Op zijn werk maakte hij van alles, van soep, tot spaghetti en van vleesgerechten tot salades. ‘’Nederlandse mensen houden van soep, omdat het hier koud is. Als je in de horeca werkt moet je maken wat er op het menu staat. We maakten elke dag een ander menu, dus dan blijft het leuk. In de horeca maak ik mensen blij met mijn eten, dat is mijn passie.’’

 

Eetcultuur in Eritrea 

Meron maakt het liefst eten uit de Italiaanse keuken. In Eritrea zie je veel Italiaanse restaurants vanwege het koloniale verleden. ‘’Vooral in de hoofdstad Asmara zie je veel Italiaanse invloeden. Je kunt er heerlijke spaghetti eten in een van de spaghetterias.’’ Maar ook de oorspronkelijke Eritrese keuken is rijk aan overheerlijke gerechten waar je spontaan van gaat watertanden. ‘’We eten vaak een buffet van kleine gerechten. We werken veel met spinazie, kip, linzen, hummus en verschillende soorten groenten.’’ De kleine gerechten worden vaak gegeten met Enjera, een soort pannenkoek. ‘’Je mengt bloem met wat koud water en laat het dan 25 uur in een gesloten emmer weken. Daarna doe je er nog wat warm water bij en bak je het in de oven, gril, of zoals wij het noemen een Mogogo. In Eritrea staat de mogogo op vuur, hier is hij elektrisch. Ik vind het lekkerder als hij op het vuur staat, dan is de smaak wat rokeriger.’’ 

Eten met de hele familie 

Eten is in Eritrea een sociale aangelegenheid. Waar je in Nederland soms zelfs in je eentje eet, eet je in Eritrea minstens 2 keer per dag met de hele familie. ‘’In de ochtend ontbijten we met zijn allen. In de middag kan niet iedereen erbij zijn vanwege school of werk, maar ‘s avonds wachten we tot iedereen weer thuis is. Eerst wassen we onze handen en bidden we. De oudste man, meestal de vader of opa, verdeelt het brood waarna we met zijn allen eten.’’ Na het eten is het tijd voor koffie. Tijdens de koffie bespreekt de hele familie hun dag en er wordt meteen een planning voor morgen gemaakt. ‘’Je vertelt bijvoorbeeld wat je allemaal op werk hebt meegemaakt en we bespreken wie de volgende dag allemaal moeten werken of naar school moeten en wie de boodschappen gaat doen. Maar dit is ook het moment om hulp te vragen voor je huiswerk of als je geld nodig hebt.’’ 

Een nieuw begin 

Door de coronacrisis raakte Meron net als vele andere horecamedewerkers zijn baan kwijt. Gelukkig vond hij een andere baan waarbij hij tegelijk kan studeren en werken. ‘’Ik ga logistiek niveau 2 volgen. Ik begin met het scannen van pakketten en later ga ik mijn heftruck rijbewijs halen. Daar heb ik wel zin in.’’ In de toekomst wil Meron graag teamleider worden, het liefst met een internationaal team. ‘’Ik vind het leuk om met anderen te werken, je kan er zoveel van leren.’’  

Startblok Riekerhaven 

In juli 2016, precies 5 jaar geleden, verhuisde Meron naar ons sociale woonproject. Na een jaar in het AZC plaatste de gemeente hem in een van de studio’s. ‘’Ik heb hier met plezier gewoond en veel mensen leren kennen, maar ik heb nu een familie en we hebben een grotere woning nodig.’’ De zomer is zijn favoriete seizoen, dan is iedereen buiten op de grasvelden te vinden. ‘’Ik ben een sociaal persoon. In Eritrea zijn we familiegericht, we doen heel veel samen. In de zomer zijn er op Startblok veel activiteiten, daar geniet ik van. Wat ik anderen wil meegeven is: help elkaar, doe veel dingen samen en bekijk het leven positief. Laatst hoorde ik van een docent psychologie de uitdrukking ‘het glas halfvol zien’. Dat vond ik een mooie uitdrukking.’’